vrijdag 28 oktober 2016

De stilte                                    (vanvlaenderen m.)

Jaren heb ik in de drukte
Van elke dag moeten leven
Om te beginnen waren we
thuis met velen
9 om precies te zijn
Men ouders en 7 kinderen
Waarvan ik de oudste ben

Toen was ik nog jonger
En vond het zelfs fijn
Naarmate ik groter werd
En meer op mezelf wilde
Zijn werden de anderen
Ook rumoeriger
Om de drukte te ontlopen
en een centje bij te verdienen
Ging ik werken in de weekends
Maar in men hoofd was het
Nooit stil
We werden ook belast met
De grote mensenproblemen
In de week ging ik nog naar school
Die ik trouwens lang heb gelopen
Veel woorden bij ons thuis
Was soms niet te genieten
ging gelukkig ook gaan zwemmen
En droomde van boompje huisje,
Beestje en Gelukkig zijn
Doch ik was zo naief en liep
In de val van het zakelijke leven
Niets vermoedend hoe moeilijk
Dat wel was en weer die drukte
Wat verlangde ik naar rust in
Men hoofd.
Om het kort te maken
Later ben ik gehuwd en 3 kindjes
Meisje, jongen, meisje
Een droom althans dat dacht ik
Mijn partner dronk; sloeg
Het was een vent voor de kroeg
Weer die spanning en geen rust
kon mezelf niet eens horen denken.
Heb intussen van alles doorstaan
Kan soms het leven dat zo druk is
Niet altijd meer aan
Niks geluk blijft er over
Men kinderen zijn gegaan
Zien me niet eens meer staan
Ikzelf ben ook verkeerd bezig
vertrouw amper een mens
Maar ik heb nu die stilte
Die stilte want dat was men wens